Home

Dankbaarheid


Yazdır

Eén van de vele wijsheden van het vasten in de gezegende maand Ramadan, met betrekking tot dankbaarheid tegenover de gunsten van de Verheven Heer, is als volgt: Zoals we in “Het eerste Woord” al hadden gezegd: “Aan de gerechten, die een dienaar jou aanbiedt uit de keuken van de Koning, hangt een prijskaartje.” Terwijl men aan een dienaar fooi geeft, is het een absolute dwaasheid om de werkelijke Gever niet te erkennen en deze waardevolle, goddelijke giften als waardeloos te beschouwen. De verheven Heer heeft voor de mensheid talloze verschillende giften uitgespreid over de aardbodem. Hiervoor, als prijs voor die goddelijke giften, wil Hij dankbaarheid. De ogenschijnlijke oorzaken en personen zijn alleen maar dienaars. Aan deze dienaren geven wij een bepaalde vergoeding en zijn hen dankbaar. We tonen zelfs meer eerbetuiging en dankbaarheid dan dat ze werkelijk verdienen. Maar in feite is de Werkelijke Voorziener het talloze keren waardiger dan de oorzaken om voor deze goddelijke giften dankbetuiging te ontvangen. Dus Hem dankbaarheid betuigen houdt in dat je weet dat de giften rechtstreeks van Hem afkomen; dat je de waarde erkent en dat je jouw behoefte voor die goddelijke giften inziet.

Dus het vasten in de gezegende Ramadan is de sleutel voor een echte en oprechte, overweldigende en omvattende dankbaarheid. Want de meeste mensen die op andere momenten een dergelijke verplichting niet hebben en echte honger niet ervaren, kunnen de waarde van veel goddelijke giften niet begrijpen. De waarde van een goddelijke gift zoals een stukje droog brood is voor iemand met een gevulde maag, vooral als hij rijk is, niet te begrijpen. Echter bij zonsondergang, het moment dat men het vasten mag verbreken, zal in de beleving van een gelovige het smaakzintuig getuigen wat voor een waardevolle goddelijke gift een stukje droog brood wel niet is. Iedereen, van de koning tot aan de man in armoede, die in de verheven Ramadan de waarde van de goddelijke giften begrijpt, zal verrijkt worden met een spiritueel dankbaarheidsgevoel. En vanwege het verbod om overdag te eten zal hij zeggen: “Die goddelijke giften zijn niet mijn eigendom. Ik ben niet vrij om die zomaar op te eten. Dus dit betekent dat het de eigendom is van iemand anders. Hij is het die ons hierin voorziet. Ik wacht op zijn bevel.” En zo ziet hij deze goddelijke giften ook echt als goddelijke giften. Dus het vasten dat op deze wijze wordt verricht, zal in vele opzichten dienen als een sleutel voor dankbaarheid welke de werkelijke taak van de mens is.