Home

De dienaarschap


Yazdır


Eén van de vele wijsheden van het vasten in de gezegende maand Ramadan met betrekking tot het inzien van de dienaarschap van het ego door per direct zijn denkbeeldige heerschappij te breken en zijn onmacht aan te tonen is als volgt: 

Het ego wil zijn Heer niet erkennen en wil, als een farao, een eigen heerschappij. Hoeveel martelingen men hem ook laat ondergaan, hij blijft die koppigheid behouden. Maar met honger wordt die koppigheid gebroken. Dus met het vasten in de verheven Ramadan wordt het faraoïsche front aangevallen en doorbroken. Zijn onmacht, machteloosheid en behoeftigheid komen tevoorschijn en laten zien dat hij een dienaar is.

Uit de overleveringen leren we het volgende: De Verheven Heer zei tegen het ego: “Wie ben ik en wie ben jij?” Het ego antwoordde: “Ik ben ik en jij bent jij.” De Heer heeft hem bestraft en in het vagevuur gegooid. Daarna vroeg Hij het weer en opnieuw antwoordde het ego: “Ik ben ik en jij bent jij.” Wat voor straf hij ook heeft gegeven, het ego hield voet bij stuk. Daarna bestrafte de Heer het ego met honger oftewel Hij gaf het ego geen voeding. Daarna vroeg Hij weer: “Wie ben ik en wie ben jij?” Waarop het ego antwoordde: “U bent mijn barmhartige Heer en ik ben Uw machteloze dienaar.”

O mijn Allah, geef aan onze vereerde Mohammed (vzmh), aan zijn familie en aan zijn vrienden net zoveel vrede en zegeningen als de goede daden die voortvloeien vanuit de gelezen aantal letters van de Qur’an. Vrede en zegeningen welke een brug kan zijn om Uw goedgunstigheid te winnen. Vrede en zegening welke zijn recht, dat op ons rust, kan vergoeden.

Heilig is jouw Heer, de Heer van de Almacht, boven wat zij toeschrijven. En vrede zij met de gezondenen. En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden. [37:180-182]