Home

De Leider


VERPLICHTE OPMARS

Het leger is op weg om te strijden tegen de stam van de zonen van Mustaliq. Zege is met gemak gevierd... Echter, er is iets gebeurt tijdens de terugweg, wat een groot gevaar herbergt.

 

Bij een rustplaats, vindt een geschil plaats over een triviale zaak tussen een moslim uit Medina en een ander die uit Mekka gemigreerd is. Daarna zwelt het incident snel op en begint het te veranderen in een conflict tussen de Mekkanen en de Medinianen. Als er geen maatregelen worden getroffen, dan zal de solidariteit en broederschap onder de moslims, die tot dan toe de grootste pijlers vormden van hun materiële macht, verdwijnen.

Profeet Mohammed (vzmh) grijpt in en beveelt; het leger begint te marcheren. In feite zijn dit de heetste uren van de dag die altijd worden besteed om te rusten. Die dag wordt er een snelle mars uitgevoerd tot 's avonds en' s nachts. De volgende dag rond het middaguur, is eindelijk de toestemming gegeven om te rusten, maar niemand in het leger, die aan het marcheren is geweest voor bijna vierentwintig uur, heeft de kracht nog over om het conflict van gisteren voort te zetten. Het hele leger valt zowat flauw van de slaap. In de tussentijd heeft de Profeet Mohammed (vzmh) maatregelen getroffen om de opkomende gevaar te elimineren en de meest gevaarlijke uren, voor het conflict om verder te groeien, zijn voorbij.

DIE MAN HAD GELIJK

"Weigert u de dadels die de Boodschapper van Allah geeft?"

De schuldeiser vraagt nederig:

"Zelfs als de Boodschapper van Allah niet rechtvaardig is, van wie anders moeten wij gerechtigheid verwachten?"

Profeet Mohammed (vzmh) is niet op de hoogte van deze situatie. Wanneer de profeet wordt ingelicht, wordt hij verdrietig en zegt met betraande ogen:

"Die man heeft gelijk! .."

Op zijn verzoek worden de dadels veranderd.

BLOEDWRAAK

Tijdens het geven van een preek in de moskee, stond een onlangs bekeerde moslim op die op zoek was naar bloedwraak. Hij onderbrak de toespraak van de profeet Mohammed (vzmh);

- "O boodschapper van Allah" Door te wijzen naar een groep die in de moskee zat, zei hij, "Hun voorouders hebbeneen persoon uit onze familie vermoord. Daarom eisen wij het doden van iemand van hen als vergelding". De profeet Mohammed (vzmh) antwoordde rustig, maar vastberaden:

"Vaders wraak kan niet worden overgenomen door de zoon."

WANNEER HIJ DE STOK UITSTEEKT

Hij is de buit van de oorlog aan het verdelen onder zijn vrienden. Hij wordt onder druk gezet door de menigte. Iemand leunt op de profeet met zijn gewicht. Hij wil de man wegduwen met de kleine stok in zijn hand om zo de menigte om hem heen tot rust te brengen. Echter, de stok krabt per ongeluk de mond van deze man en het bloedt een beetje. Toen de profeet Mohammed dit zag, stopte hij (vzmh) onmiddellijk met het verdelen van de buit. Hij steekt de stok uit aan de man en vraagt hem om hetzelfde te doen aan hem. Hij is serieus. Iedereen is verbijsterd. Zijn vriend aarzelt even, maar dan duwt hij de stok weg met zijn hand en zegt: "O Boodschapper van Allah! Ik vergeef je.

JE HEBT NOOIT EEN LEUGEN VERTELD

Het was de eerste en meest moeilijke jaren van zijn profeetschap. Van de honderd deuren die hij bezocht om zijn religie te verkondigen, deed misschien slechts één zijn deur open. Op een dag, verzamelde hij zijn naaste verwanten aan de voet van een heuvel in de buurt van Mekka. Hij was van plan om zijn persoonlijkheid, zijn karakter en zijn leven als bewijs te tonen om zijn profeetschap te laten bevestigen. Hij vroeg aan zijn familie:

"Wat als ik zou zeggen dat er een leger van de vijand achter deze heuvel bezig is met het treffen van voorbereidingen om een inval te doen, zouden jullie mij geloven zonder te vragen om dit bewijzen?"

Zij zeiden: "Ja", want tot op heden is niemand getuige geweest dat jij leugens vertelt. Wij zweren dat jij "Al-Amin" (de Betrouwbare) bent".

Tijdens de rest van het gesprek, weigerden dezelfde mensen zijn uitnodiging tot de islam en zijn profeetschap, maar in feitehebben ze zijn profeetschap (vzmh) erkend zonder dit in de gaten te hebben ...

DE ZON IN ÉÉN VAN MIJN HANDEN EN DE MAAN IN DE ANDERE ...

De angst van de vooraanstaanden van Qoeraisj groeit meer en meer. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen die zij hebben genomen, is de groepering rond Profeet Mohammed (vzmh) steeds groter geworden. Ze komen bijeen en besluiten om op een ietszachtere manier op te treden. Ze kiezen een afgevaardigdewaarvan ze geloven dat hij de profeet (vzhm) wel kan beïnvloeden. De afgevaardigde begint te spreken tot de Profeet (vzmh):

"O Mohammed, u doet onze goden pijn, zaait een geschil en vijandschap onder ons, verwoest onze solidariteit en eenheid en brengt ons allemaal verdriet en leed. Als je rijkdom wilt, laat ons u de rijkste persoon van ons land maken. Als u kracht, macht en leiderschap wilt, laat ons u onze leider maken. Als u een mooie vrouw wilt, vertel het ons, ze zal van u zijn. Als u ziek bent en uwbewering van profeet schapwordt hierdoor veroorzaakt, laat ons dan de beste artsen voor u zoeken en u laten behandelen."

Ervan uitgaande dat geen enkel mens dergelijke aanbiedingen kan weerstaan, eindigt de afgevaardigdezijn woord en wacht op zijn antwoord. Nu heeft de Profeet Mohammed (vzmh) het woord:

"Ik wil geen eigendom. Noch heb ik een wens voor een heerschappij. En ik heb geen verlangensjegens anderen dan Khadijah (zijn vrouw). Ik ben niet ziek. Ik ben slechts een zwakke dienaar van Allah. Hij is het die mij als een boodschapper tot u gezonden heeft. Als u dit accepteert, volg mij. Anders, vergeet dit nooit: Zelfs als je de zon in één van mijn handen stopt, en de maan in de andere, zalik geenafstand nemen van deze zaak."

VIJFTIEN DAGEN LATER

Éénvan zijn vrienden komt bij hem en smeekt. Hij is er niet blij mee; hij denkt dat iedereen voor zichzelf moet zorgen en geen last voor anderen moet zijn. In plaats van hem iets te geven en weg te sturen, vraagt hij:

"Heeft u iets waardevols in uw huis?"

"Er is een zak die ik als laken en bed gebruik en een kopje waar ik water uit drink."

"Ga en breng ze hier."

Wanneer deze dingen naar de moskee worden gebracht, worden ze geveild. Ze worden verkocht voor twee zilveren munten. Profeet Mohammed (vzmh) overhandigt hem het geld en zegt: Koopmet één zilveren medaille eten. En koop met de andere een bijl en breng het naar mij.

Zijn vriend volgt op wat er gezegd wordt. Wanneer hij met de bijl komt, regelt de profeet Mohammed zelf een handvat voor de bijl. Hij zet de handvat in de bijl en geeft het aan zijn vriend. Hij zegt: "Ga nu naar het bos, kaphet hout en verkoop deze. Laten we elkaar ontmoeten over vijftien dagen."

Zijn vriend komt vijftien dagen later terug. Hij straalde van geluk. Hij zegt:

"O Boodschapper van Allah! Ik heb tien zilveren munten gespaard."

En hij laat het geld zien. Nu is de profeet ook aan het glimlachen:

"Koop wat eten en kleding met het geld. Regel wat je nodig hebt en vergeet niet dat het meer eervol is voor iemand om op eigen benen te staan dan te bedelen. Bedelen is alleen voor de zieken en gehandicapten."

WANNEER U DE WEG KWIJT BENT.

Een Arabische nomade komt met de bedoeling om moslim te worden, maar hij heeft nog twijfels en weet het nog niet zeker. Om overtuigd te raken, vraagt hij de Profeet Mohammed (vzmh):

"Tot wat roept u de mensen?"

"Om alleen Allahaan te bidden. Hij is degene tot wie je wendt als je in de problemen zit; Hij redt u. Hem smeekt u bij droogte; Hij maakt de aarde groen. Hij is het die u moet raadplegen als u verdwaald bent in een woestijn; Hij zorgt ervoor dat u uw weg zal terugvinden."

Alle vragen van deze man zijn beantwoord omdat de Profeet Mohammed (vzmh) het geloof, tot waar hij roept, op zo’n manier heeft uitgelegd dat deze man het begrijpt.

SOMS GEBEURT HET

Éénvan zijn vrienden deelde zijn ongerustheid met de Profeet Mohammed (vzmh) die hij niet kon vertellenaan iedereen:

"O Boodschapper van Allah! Mijn vrouw is bevallen van een kind; zijn huid is donker,maar ik hebdaarentegen een lichte huidskleur. "

Profeet Mohammed (vzmh) begrijpt het probleem. Tactisch, behandelt hij de zaak op een andere manier. Hij stelt een vraag zonder te wachten om zijn verhaal af te maken:

"Heeft u kamelen?"
"Ja, ik wel"
"Welke kleur hebben deze kamelen?"
"Over het algemeen rood."
"Zijn er ook grijze kamelen?"
"Ja soms."
"Waar komt deze grijze kleur vandaan?"
"Waarschijnlijk nemen ze de kleur van één van hun voorouders."
"Het kind die je vrouw baarde heeft misschien de kleur van één van zijn voorouders."
Zijn vriend vertrok met een tevreden geweten en een blij gezicht.

EEN DIENSTKNECHT VOOR FATIMA

Zijn dochter, Fatima (moge Allah tevreden zijn met haar), leidt een zeer onrustig huwelijk leven. Haar man, Ali (Moge Allah tevreden met hem zijn) heeft het volgende gezegd:

"Wij hadden geen dienaar thuis. Fatima verrichte al het werk zelf. We verbleven in een huis dat uit slechts één kamer bestond. In deze kamer stak Fatima de kachel aan en probeerde te koken. Vele malen, terwijl ze het vuur moest aanwakkeren, hebben de vonken van het vuur gaten gemaakt in haar kleren. Dit was niet het enige wat zij deed. Haar andere taken waren onder andere het maken van brood, en het dragen van water die nodig was in het huis. Bovendien werden haar handen eeltig omdat ze de molen moest draaien en ook was haar rug eeltig vanwege het dragen van water."

Die dagen waren gevangenen van de oorlog naar Medina gebracht. Ze werden verdeeld over behoeftige moslims om te helpen met het huishouden. Ali zei tegen zijn vrouw:

"Ga en vraag er één voor ons van je vader."

Fatima vraagt. Echter het antwoord van haar vader, de profeet, is negatief:

"O mijn dochter, de behoeften van mijn arme vrienden die in de moskee slapen en druk bezig zijn met leren komt voor jou. Sorry, ik kan niets voor je doen voordat ik hen eerst heb geholpen."

ZELFS ALS ZIJ MOHAMMED’S DOCHTER FATIMA ZOU ZIJN

Mekka was net veroverd. De dochter van de leider van de stam van de zonen van Mahzum pleegt diefstal. De naam van de dief is Fatima. Ze is aan de Profeet Mohammed (vzmh) gebracht om gestraft te worden. Echter, de politieke stand van zaken van de tijd acht het noodzakelijk dat de betrekkingen met de zonen van Mahzum niet zou moeten verslechteren. Nadat de kwetsbaarheid van de situatie geëvalueerd is, hebben een aantal van zijn vrienden iemand als bemiddelaar benoemd wie zij denken dat de Profeet Mohammed (vzmh) niet kan afwijzen. Dit is de zoon van de profeet zijn adoptiekind Zayd; namelijk jonge Usama. Met andere woorden, zijn kleinzoon in zekere zin.
Usama zegt:

"O Boodschapper van Allah! Wilt u deze vrouw in het belang van haar vader vergeven ... "

Echter, de Profeet Mohammed (vzmh) beleeft één van de kwaadste momenten van zijn leven.
Zijn antwoord is streng:

"Wat je nu vraagt is de reden waarom andere volkeren hiervoor werden uitgeroeid. Onder hen werden gerespecteerde en machtige personen die een misdaad pleegde vergeven en mensen van het volk die een misdaad pleegde gestraft. Ik zweer in naam van Allah, als degene die deze misdaad begaan heeft niet de dochter van de leider van de stam van de zonen van Mahzum zou zijn maar eerder als zij de dochter van de Boodschapper van Allah zou zijn dan zou ik hetzelfde vonnis uitspreken." Hij geeft opdracht en de straf van de dief wordt voltrokken.

WIE ONS BEDRIEGT

Hij inspecteert de markt. Hij stopt zijn hand in een zak met tarwe op de toonbank van één van de winkels. De tarwekorrels op de oppervlakte zijn groot, glanzend en van hoge kwaliteit, terwijl hij van onderin natte en lagere kwaliteit granen uitpakt. Fronsend, vraagt hij de winkelier om de reden en de winkelier zegt:

"Anders kan ik het niet verkopen ...", waarop de profeet zegt:
"Wie ons bedriegt is niet van ons."

Hij geeft opdracht om de natte korrels naar de oppervlakte te brengen en ze op deze manier te verkopen.

MIJN EIGEN VOORZORGSMAATREGEL

Op de vlakten van Badr, zal de eerste serieuze en beslissende oorlog van de islam gaan beginnen. Profeet Mohammed (vzmh) heeft zijn kleine leger gestationeerd in de oorlogspositie en is aan het wachten op de vijand om te beginnen dat drie keer groter is dan zijn leger. In de tussentijd, kwam één van zijn vrienden Hubab,de zoon van Mundhir, die beschouwd wordt als een expert in het positioneren van het leger,naar hem toe en vroeg:

"O Boodschapper van Allah! Heeft Allah jouw bevolen om het leger op deze manier te positioneren?"
"Nee, het is mijn eigen voorzorgsmaatregel."
"Dan, O Boodschapper van Allah, is het leger op de verkeerde manier gepositioneerd."

En legt hij uit wat de juiste manier van positioneren is in overeenstemming met de discipline van militairen. Zonder het tonen van tegenspraak volgt de Profeet Mohammed (vzmh) het advies van zijn vriend op. Het legers oorlogspositie is veranderd. Een paar uur later wint de islam zijn eerste overwinning.

Profeet Mohammed (vzmh) had aandacht besteedt aan deskundigheid en waardigheid in het aanstellenvan bevoegdhedenaan verschillende rangen voor het bestuur en hij had mensen aangesteld die het waardig waren, zelfs als ze jong of niet van adellijke families waren. In rechtmatige zaken, wilde hij de gehoorzaamheid aan zichzelf en aan zijn staat, maar in zaken die in strijd waren met rechtvaardigheid en waarheid had de gemeenschap niet de verantwoordelijkheid om te gehoorzamen. Zo te zien is het noodzakelijk om de heerser te gehoorzamen binnen de grenzen van het recht. Hij heeft het volk niet gedwongen om zichzelf te dienen en hij heeft zichzelf niet boven hen beschouwd. Integendeel, hij was één van hen.