Home | Vrijheid

Is het beperken van de vrijheid geen ergernis en marteling voor de mens?


Antwoord: 

Een vis kan in het water de richting op die hij wilt. Maar deze vrijheid is beperkt met de zee. Het is hem verboden buiten de zee te komen. Voor hem is het oerwoud en droog land verboden gebied. Het is alsof het voor de vis verboden is vrienden met vossen en tijgers te zijn. Hij zal in de zee leven en zal zijn leven leiden met andere vissen. Dat deze vrijheid wordt beperkt, is voor hem geen na- maar een voordeel.

De ‘zee van de mens’ is het halal (toegestane) domein. “Het halal gebeid is ruim, het is genoeg voor de voldoening. Er is geen behoefte om binnen het haram (niet toegestane) domein te treden.”1

Met de voorwaarde dat de mens in dit halal domein blijft, kan de mens doen wat hij wilt en volgen wat zijn hart begeert. Maar het domein buiten het halal domein, is een helse terrein.

Zodoende kunnen we vrijheid als volgt beschrijven:

“Vrijheid is de mogelijkheid tussen de halal en haram domeinen te kiezen, en hiermee resulterend dat men het pad van de hel of hemel bewandelt.”

Een dienaar is niet vrij. Dit kan ook niet, want een slaaf heeft niet eens vrijheid. Dienaar gaat veel verder dan een slaaf. Dat we niet beschikken over een ultieme en grenzeloze vrijheid, kunnen we aan ons ego als volgt duidelijk maken:

Kan een mens met zijn handen horen, ogen ruiken en oren zien? Nee.

Aan de andere kant: kan een mens met zijn verstand onthouden, hart begrijpen en geheugen houden? Antwoord: weer nee.

Dit betekent dus dat een mens ieder orgaan en gevoel gepast hoort te gebruiken. Er is Iemand die de mens heeft gecreëerd, zijn organen gepast heeft geplaatst, de geest op een onbegrijpelijke wijze beheert, en ieder gevoel verschillende taken laat uitvoeren. 

Er worden twee gebieden geopend voor deze organen en gevoelens: halal en haram gebieden. Met zijn voeten kan hij lopen waar hij heen wilt, met zijn ogen kijken naar wat hij wilt, zijn verstand op iedere manier gebruiken zoals hij het wilt en zijn geheugen kan hij vullen met wat hij wilt.

Ieder van deze schatten, bevelen zijn verstand en geweten: “Jij kunt ons niet gebruiken zoals jij het wilt! Jij behoort je wil op de juiste manier te gebruiken en ons gebruiken naar ons eigenlijke doel!

De vrijheid die aan de wil van de mens wordt toegekend, wordt jammer genoeg op een verkeerde manier gebruikt.

Terwijl de mens heel goed weet dat hij geen recht van tegenspraak heeft tegenover zijn vader, bevelhebber en land, hoe kan het dan dat hij denkt vrij te zijn tegenover zijn Beheerder, Creëerder, Eigenaar..?

De grote geleerde van deze eeuw Bediuzzaman Said Nursi, benadrukt een zeer belangrijk punt omtrent vrijheid als volgt:

“Omdat sommige zedelozen en onbeleefden niet vrij willen leven, willen ze in de verachtelijke gevangenschap van hun slecht-willende ego treden.”2

Een persoon die beweert vrij te zijn door te doen wat zijn hart begeert, is waarlijk een gevangene van zijn ego. Zijn ego beveelt hem het slechte en hij volgt dat bevel onvoorwaardelijk op. Deze gevangenschap is een verachtelijke gevangenschap. Een persoon die een geleerde volgt en een ander persoon die in de dieverij actief is, komen op het eerste gezicht op één punt samen: beiden volgen ze bevelen op. Echter, het eerste bevel is een grote eer: het resulteert in kennis en wetenschap. Het tweede bevel is een verachting: het resulteert in marteling en gevangenschap.

 


[1] De woorden, Said Nursi

[2] Hutbe-i Şamiye (toespraak in Damuscus)

Share this