Home | Profeten

Het offer van Ibrahim aleihi salam over welke zoon?


Antwoord: 

Christenen en joden geloven dat Ishak (a.s.) geofferd zou worden door Ibrahim (a.s.). Volgens de Islam was het Ismail(a.s.) die geofferd zou worden. Deze gebeurtenis wordt in de Heilige Koran omschreven in soerah Saffat (37), vers 100-107. Deze zijn als volgt:

Mijn Heer, schenk mij een nakomeling die goed zal zijn." Dan gaven Wij hem de blijde tijding van een verdraagzame zoon. En toen deze de knapenleeftijd bereikte, zeide hij: "O mijn lieve zoon, ik heb in een droom gezien, dat ik u heb te offeren. Zie, wat zegt gij daarvan?" Deze antwoordde: "O mijn vader doe zoals u bevolen is, gij zult mij, indien Allah het wil, zeker geduldig vinden." En toen zij zich beiden aan (Gods bevel) hadden onderworpen, en hij hem plat op zijn voorhoofd had gelegd, Riepen Wij hem toe: "O Abraham, Gij hebt de droom reeds vervuld. Zo belonen Wij inderdaad degenen, die goed doen." Dit was voorzeker een grote beproeving. En Wij verlosten hem door een groot offer. (1)

In deze verzen wordt de naam van de zoon van Ibrahim (a.s.) die geofferd zou worden niet genoemd, maar Islamitische geleerden zeggen zonder twijfel dat het om Ismail (a.s.) gaat.

Ook zijn hier Hadith over. De volgende twee Hadith maken duidelijk dat Ismail (a.s.) geofferd zou worden. Asmai had van EbuAmr b. Ala gevraagd of de persoon die geofferd zou worden, Ishak (a.s.) of Ismail (a.s.) was. Hij zei tegen Asmai:

Ow Asmai! Waar is jouw verstand! Wanneer was Ishak (a.s.) in Mekka!? Hij die in Mekka was, was enkel Ismail (a.s.) en hij was degene die samen met zijn vader Beytullah (Het Huis van Allah) heeft gemaakt. Waar het offer plaasvond, was in Mekka.(2)

Tot slot heeft ook onze Profeet (v.z.m.h.) het volgende gezegd met daarin het teken dat Ismail (a.s.) geofferd zou worden: “Ik ben de zoon van twee offers.(3)  Aangezien onze Profeet (v.z.m.h.) voort is gekomen uit de generatie van Ismail (a.s.), is het overduidelijk dat Ismail (a.s.) geofferd zou worden, en niet Ishak (a.s.).

 


 [1] Koran 37, 100 -107
 [2] Zemahşeıî-keşşaf c.3,s.35O, Fahrurrazi-Tefsir c.26, s.153. Nesefî-Medârik C.4.S.26. Kurtubî-Tefsir c 15.s.100
 [3] Hakim, el-Müstedrek, II, 604, 609; el-Aclûnî, Keşfü'l-Hafa, 1/199 (Hadis No.606), Beyrut 1351

Share this