Home | Het gebed

Er wordt beweerd dat Hz. Ali (r.a.) de gebeden van de genen die van hem houden heeft verricht. Zit hier een kern van waarheid in?


Antwoord: 

Zo een bewering klopt zowel Islamitisch als logischerwijs niet. Terwijl Imam Ali (r.a) het meest van Hasan (r.a) en Hoeseyin (r.a) hield, hebben zowel zij als hun nageslacht nooit gezegd dat hun gebeden al zijn verricht. Integendeel, zij hebben de verplichte, soennah en nafile (extra) gebeden volledig verricht.

Beweren dat Imam Ali (r.a) alle gebeden van degenen die van hem houden heeft verricht, komt overeen met de bewering dat omdat Imam Ali (r.a) al heeft gegeten, zijn nageslacht ook bij voorbaat heeft gegeten, en dat omdat hij een geleerde is, zijn nageslacht ook bij voorbaat al geleerd is. Als de gestelde bewering als kloppend wordt aangenomen, komt de volgende situatie naar voren:

Ten eerste, aangezien iedere moslim, buiten de Haricî (buitenstaanders) om, van Imam Ali (r.a) houdt, zijn de Quran-verzen en de Hadith omtrent verplicht de gebeden verrichten, enkel voor Imam Ali (r.a) en de Haricî geldig. Deze verzen en Hadith zijn echter voor iedere moslim geldig. Ten tweede zou dit betekenen dat, na de dood van Imam Ali (r.a), ieder boek over het gebed en iedere moskee en mascit overbodig zouden zijn . Ten slotte is het overduidelijk dat het leven van Imam Ali (r.a) niet genoeg was om de gebeden van miljarden moslims te verrichten.

Na deze logische uiteenzetting, is het relevant het volgende duidelijk te maken: “Allah heeft het gebed voor iedere moslim persoonlijk verplicht gemaakt, zelfs voor de profeten. Niemand is in staat het gebed van de ander te verrichten, zelfs wanneer iemand wegens zijn ziekte niet in staat is het verplichte gebed te verrichten.”

Allah houdt met het vers “Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient”1 iedere moslim persoonlijk verantwoordelijk voor zijn beloning en afstraffing.

In de Quran komen er meer dan honderd verzen voor omtrent het gebed. In Soerah Nîsâ (De Vrouwen) (103) staat vermeld: “En, wanneer gij veilig zijt, houdt het gebed, voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.”

Ook onze Profeet (vzmh) heeft gezegd: “Het gebed is de pilaar van het geloof”, en heeft middels zijn Hadith’s het belang van het gebed duidelijk gemaakt. Hijzelf (vzmh) heeft zelfs gedurende de oorlogen zijn mannen in twee groepen (cemaat) laten bidden om de hasenat (goede daad) ervan niet te laten schieten. Hij (vzmh) heeft ook veel belang gehecht aan de nafile gebeden en tot diep in de ochtenden gebeden.

Een keer vroeg onze Profeet (vzmh) aan de sahaba’s: “Vertel mij eens, als er een rivier is voor één van jullie huizen, en diegene douchet er vijf keer per dag in, zal er zoiets als viezigheid bij diegene aanwezig zijn?”, waarop de sahaba’s antwoordden: “Nee, ow Rasulullah, die zal er niet zijn.”De Profeet (vzmh) ging vervolgens verder met: “Zo ook is het met de vijf gebedstijden. Allah verschoont met die gebeden de zonden van de gelovigen.”

De Profeet (vzmh) zei tegen zijn dochter Fatima (r.a.): Ow Fatima, verlaat jouw gebed niet door te zeggen dat jij Muhammed Mustafa’s (vzmh) dochter bent. Want ik zweer op Allah, Die mij als de ware Profeet (vzmh) heeft verzonden, dat wanneer jij de vijf gebeden niet op tijd verricht, nooit de Hemel binnen zal treden.”2

Aangezien de waarheid zo is, is het aan een ieder in te zien hoe fout het is de gebeden te verlaten door op de liefde voor âl-î beyt (navolgelingen van de Profeet (vzmh)) te vertrouwen.


[1] (Baqarah, 286)

[2] Abdüllâtif, Meclisü’l-Envâri’l-Muhammediye, P. 26

Share this