Home | Het gebed

Kunnen we Ishaa samennemen met Maghrib gedurende het Maghrib gebed?


Antwoord: 

Wanneer zij die werken in een moeilijke situatie zullen verkeren omdat Ishaa heel laat ingaat, dan kunnen zij de Ishaa en Maghrib gebeden gedurende het Maghrib gebed samennemen.

Onze Profeet (v.z.m.h.) heeft buiten de normale situaties om –zoals in toestanden als reizen, regen, modder- de Dohr met Asr gebeden, en de Maghrib met Ishaa gebeden samengenomen. Hij (v.z.m.h) bad Dohr dan tijdens het Asr gebed en vice versa, en Maghrib tijdens het Ishaa gebed en vice versa. Hier zijn Sahih Hadith over. 1

Abdullah b. Abbas heeft overgeleverd dat de Profeet (v.z.m.h.) in Medina Dohr met Asr en Maghrib met Ishaa samengenomen heeft gebeden, terwijl er geen sprake was van een moeilijke situatie als angs, regen, enz.; dit heeft Hij (v.z.m.h.) gedaan om aan Zijn volk te laten zien dat dit geen belemmering is. 2

Buiten de Hanefi wetschool om, hebben de resterende wetscholen –met kleine verschillen- geaccepteerd dat in situaties als een reis, ziekte, regen, sneeuw, hagel en angst, Dohr tijdens het Asr gebed en vice versa, en Maghrib tijdens het Ishaa gebed en vice versa gebeden kan worden; dit, omdat er sprake is van een last. 3

Er behoort geaccepteerd te worden dat in gebieden waar de nacht veel later valt dan het in het normaal, en men in een moeilijke situatie zal verkeren omdat hij moet wachten tot de nacht gevallen is, in een veel moeilijker situatie zal verkeren dan situaties waarvoor de mujtehid (beslissers) de toestemming hebben gegeven de bovengenoemde gebeden samen te nemen. Aangezien het samennemen van de gebeden dient om de moeilijke situaties op te heffen, kunnen de Moslims die in deze gebieden leven, wanneer nodig, hun gebeden samennemen.

Dus: de gebeden behoren volgens de voorbestemde tijden gebeden worden wanneer deze geen moeilijkheden opleveren. Wanneer men wel moeilijkheden kent, kan Ishaa samengenomen worden met het Maghrib gebed.



[1] Buhârî, Taksîru's-Salât, 15; Muslim, Salatu'l-Müsâfir, 5-6; Tirmizî, Salât, 282; Ebû Dâvûd, Salât, 274

[2] Muslim, Salâtu'l-Müsâfirîn, 6; Tirmizî, Salât, 26; Ebû Dâvûd, Salât, 274; Ahmed, Musned, I/223, 251, 283, 346, 354, H.No:1953, 2265, 2557, 3235, 3323

[3] Şirbînî, Muğni'l-Muhtâc, I/271 vd.; Şîrâzî, el-Mühezzeb, I/104; İbn Kudâme, Muğnî, 2/112; Derdîr, eş-Şerhu'l-Kebîr, I/368; İbn Hazm, el-Muhallâ, III/165-166

Share this