Home | Het leven

Jullie moslims zien ons westerlingen als vijanden en als een afgedwaald volk?! Vertel..Wat zegt jullie geloof hierover?


Om misvattingen te voorkomen, dient toegelicht te worden dat Europa is onderverdeeld in twee categorieën.

  • Het eerste Europa, dat op basis van de opgedane inspiratie uit het ware Christendom nuttige vindingen aan de samenleving levert, en kennis omwille van rechtvaardigheid en waarheid opdoet, is niet mijn aanspreekpunt.

Mijn aanspreekpunt is:

  • Het tweede, verdorven Europa, dat op basis van duistere natuurfilosofieën moderne zonden deugdelijk acht, en de mensheid aanzet tot zedeloosheid en dwaling.

De geestelijke persoonlijkheid van Europa, wier handen zich vastklampen aan nutteloze en verderfelijke filosofieën evenals kwalijke en zedeloze modernisaties die strijdig zijn met degelijke modernisaties en nuttige vindingen, sprak ik tijdens die spirituele reis als volgt aan:

Wees op de hoogte o tweede Europa! Met een verziekte en ontspoorde filosofie in je rechterhand, een zedeloze en kwaadaardige modernisatie in je linker, eer jij het volgende: “Het geluk van de mensheid gaat schuil in deze twee factoren.” Mogen je beide handen breken en je twee walgelijke geschenken je hoofd verslinden; en dat zal ook gebeuren!

O verdorven ziel die ongeloof en loochening verspreidt! Kan er ooit sprake zijn van geluk voor een gefolterde man, wiens ziel, geweten, verstand en hart slachtoffer zijn van ernstige calamiteiten, terwijl hij zich fysiek in een bedrieglijke wereld van ogenschijnlijke glitter en weelde bevindt? Kan een dergelijk persoon fortuinlijk worden genoemd?

Zie je dan niet dat de mens door een simpele plicht hopeloos kan worden? Een onrealiseerbare wens kan hem wanhopig maken en een waardeloze kwestie kan hem teleurstellen. Bijgevolg worden zoete verbeeldingen bitter, aangename omstandigheden kwellend en de wereld zo verstikkend als een kerker. Wat voor voorspoed heb jij te bieden aan een hopeloze man die in het binnenste van zijn hart en in de kern van zijn ziel de tegenslagen van dwaling heeft moeten verduren, en wiens wensen volledig bezwijken wegens die dwaling waaruit al zijn smarten ontspruiten? Kan een mens, wiens fysiek in een vals en kortstondig paradijs verblijft, terwijl diens hart en ziel een helse foltering ondergaan, ooit gelukkig worden genoemd? Voorwaar, de hopeloze mensheid heb jij op deze wijze misleidt; binnen een vals paradijs stel je haar bloot aan een helse foltering.

O kwaadgezind ego van de mensheid! Laat het aankomende voorbeeld bezinken om te beseffen waar je de mensheid naar toe drijft. Stel dat er twee wegen voor ons gelegen zijn. Eén van de twee wegen slaan wij in. Onderweg treffen we bij elke stap die we zetten een hopeloze en machteloze man aan. Kwaaddoeners bestormen hem, nemen zijn eigendom en goederen in beslag, en verwoesten zijn woning. Van tijd tot tijd verwonden ze hem dusdanig, dat zelfs de hemelen moeten huilen om zijn deprimerende toestand. Waar men zijn blik ook naartoe wendt, overal is deze gang van zaken terug te zien. Geluiden die op die weg vernomen worden, bestaan uit de overlast van kwaaddoeners en het wenen van slachtoffers. Dientengevolge wordt die weg omgeven door klaagliederen. Omdat de mens op basis van zijn mens-zijn medeleven voor het leed van zijn medemens koestert, ondergaat hij eindeloos leed. Zoveel leed weet het geweten echter niet te verdragen. Deswege wordt hij gedwongen een keuze te maken uit één van de twee opties die zich op die weg bevinden. Ofwel hij moet afstand nemen van zijn mens-zijn, oneindige meedogenloosheden aanvaarden en voortleven met een hart dat, mits hij zelf veilig is, niet beïnvloed raakt door de ondergang van de rest van de mensheid. Ofwel hij moet de invloeden van zijn hart en verstand uitschakelen.

O Europa dat afstand heeft genomen van het Christendom en zich heeft laten bederven door zedeloosheid en dwaling! Zoals de eenogige Dedjal heb jij met je blinde doortraptheid de ziel van de mensheid deze helse toestand cadeau gegeven. Vervolgens is het tot je doorgedrongen dat dit cadeau een dusdanig ongeneesbare ziekte draagt, dat het de mens van het allerhoogste niveau tot de aller laagste rang laat kelderen, en verlaagt tot het niveau van de primitiefste diersoorten. Het medicijn dat je hiertegen bedacht hebt, bestaat uit je aanlokkelijke speeltjes, versuffende amusementen en fantasieën die als tijdelijke verdovingsmiddelen fungeren. Moge dit medicijn van jou je hoofd verslinden; en dat zal ook gebeuren! Voorwaar, de weg die je hebt geopend voor de mensheid en het geluk dat je haar cadeau hebt gegeven, lijken op dit voorbeeld.

De tweede weg is onder leiding van de Leerrijke Qur’an aan de mensheid cadeau gegeven. Wanneer we die weg bewandelen, zien we bij elke halte, op elke locatie en in elke stad de rechtschapen soldaten van een rechtvaardige sultan patrouilleren. Van tijd tot tijd worden enkele soldaten met het bevel van de sultan van hun dienst ontheven. Hun wapens, paarden en accessoires die de staat toebehoren, worden in beslag genomen. Vervolgens krijgen ze een ontslagdocument aangereikt. Hoewel de soldaten tijdens hun ontslag lijken te lijden omdat ze gescheiden worden van hun paarden en wapens waaraan ze gehecht zijn, raken ze feitelijk opgelucht door hun dienstontheffing. Het bezoek aan de sultan en de terugkeer naar de oppertroon van zijne majesteit stelt hen tevens uiterst tevreden.

Zo nu en dan stuiten de vereffenaren op een rekruut die hen niet herkent. Wanneer zij hem bevelen zijn wapens in te leveren, geeft hij hen het volgende antwoord:

“Ik ben een soldaat van de sultan en sta onder zijn dienst. Uiteindelijk zal ik tot hem wederkeren. Wie zijn jullie? Mochten jullie zijn gekomen met zijn instemming en goedkeuring, dan zijn jullie uiteraard welkom. Toon mij zijn machtiging. Zo niet, blijf dan uit mijn buurt. Al zou ik het in mijn eentje moeten opnemen tegen duizenden van jullie, alsnog zal ik jullie bevechten! Ik strijd niet omwille van mijn ziel, want zij behoort niet mij, maar mijn sultan toe. Mijn ziel en mijn wapen zijn mij toevertrouwd door mijn eigenaar. Om het toevertrouwde te behoeden, de eer van mijn sultan te verdedigen en zijn trots te beschermen, zal ik het hoofd nimmer voor jullie buigen!”

Voorwaar, uit de duizenden houdingen op de tweede weg, welke dienen als bron van voorspoed en geluk, is de voornoemde houding slechts één voorbeeld. Overige houdingen kun je zelf wel bedenken.

Tijdens de reis op die tweede weg treft men telkens aanmeldingen en rekruteringen aan die verwijzen naar geboortes. Tevens neemt men vreugdevolle en georkestreerde dienstontheffingen waar welke verwijzen naar sterftegevallen. Voorwaar, de Leerrijke Qur’an heeft de mensheid deze weg cadeau gegeven. Degene die dit cadeau met beide armen omarmt, zal deze tweede weg die tot geluk leidt in beide werelden aanhouden. Noch zal het verleden hem verdriet, noch zal de toekomst hem angst bezorgen.

O tweede, verdorven Europa! Enkele van je rotte en ongefundeerde fundamenten bestaan uit je redenering “Vanaf de grootste engel tot aan de kleinste vis, ieder wezen bezit zichzelf, spant zich in voor zijn eigenheid en zwoegt omwille van persoonlijke begeertes. Het bezit een recht op leven. Zijn drijfveer en levensdoel bestaan uit leven en zorgen voor zijn voortbestaan.”

In strijd met je redenering heerst er echter een solidariteitsprincipe dat onder de grondregels van de Genereuze Schepper valt waaraan de fundamentele elementen in het universum met een absolute volgzaamheid onderhevig zijn. Op basis van die universele wet schieten planten de dieren, en dieren de mensen te hulp. Manifestaties van genade en generositeit die zich daarin voordoen, beschouw jij als een strijd. Bijgevolg ben je tot de volgende, belachelijke conclusie gekomen: “Het leven is een strijd.”

Voedingsstoffen bewegen zich uiterst gedreven voort voor de voeding van lichaamscellen. Vanuit welk opzicht valt een dergelijke manifestatie van dat solidariteitsprincipe onder strijd? Vanuit welk perspectief kan zoiets als een aanvaring worden gezien? Die passievolle dienstverlening valt veeleer onder een solidariteit die via het bevel van een Genereuze Heer tot stand komt.

Tevens maak je met de volgende bewering één van je verdorven fundamenten bekend: “Elk wezen bezit zichzelf.” Het volgende toont echter onbetwistbaar aan dat helemaal niets zichzelf bezit.

Van alle oorzaken geniet de mens het meeste aanzien en bezit hij de omvangrijkste wil. Echter, onder de honderden aspecten die benodigd zijn voor de opvallendste handelingen van een desbetreffend mens, zoals denken, praten en eten, valt slechts één betwistbaar aspect onder zijn wil en zijn kunnen. Hoe kan er dan gezegd worden dat iemand, die niet eens eenhonderdste aspect van een dusdanig opvallende handeling bezit, zichzelf bezit?

Aangezien het eervolste schepsel met de omvangrijkste wil dermate van het ware beleid en zeggenschap wordt weerhouden, toont degene die beweert dat overige dieren en creaturen zichzelf bezitten slechts aan dat hij dierlijker is dan dieren en onbewuster is dan levenloze creaturen.

Hetgeen je tot deze misvatting heeft gedreven en deze ellende heeft teweeggebracht is je eenogige sluwheid. Oftewel, je buitengewone, vervloekte doortraptheid. Met je blinde sluwheid ben je de Schepper van alles, alias je Heer, vergeten. Je hebt je berust op een illusionaire natuur, je hebt creaturen aan oorzaken toegedicht en het bezit van de Schepper heb je onderverdeeld over valse idolen, oftewel afgoden(1). Vanuit dit perspectief en uitgaande van je sluwheid dient elk organisme en ieder mens weerstand te bieden tegen talloze vijanden en te ploeteren om zichzelf in zijn eindeloze behoeften te voorzien. Met een minuscule macht, een minieme wil, een voorbijflitsend bewustzijn, een snel dovend bestaan en een spoedig voorbijgaand leven, wordt hij gedwongen zich tegenover die eindeloze vijanden en behoeften staande te houden. Daarentegen is het kapitaal van een dergelijk hopeloos wezen niet eens voldoende om zelfs één onder zijn duizenden wensen te realiseren. Wanneer een ramp hem treft, verwacht hij enkel en alleen hulp van dove en blinde oorzaken. Aldus is het geheim dat schuilgaat

achter het vers: (2) وَمَا دُعآَءُ الكَْافِرٖينَ الِا فٖى ضَ لَالٍ  gericht op degene in kwestie.

Je donkere sluwheid heeft het daglicht van de mensheid omgeslagen in duisternis. Om enige warmte aan die bedrukkende, ellendige en verderfelijke nacht te schenken, heb je die duisternis verlicht met bedrieglijke en kortstondige lantaarns. Die lantaarns lachen niet vriendelijk in het gezicht van de mensheid. Integendeel, die lichtjes lachen spottend om het dwaze gegier dat de mensheid in haar smartelijke toestand uitslaat.

 



Bediuzzaman Said Nursi, Geloofswaarheden, 17de flits, 5de punt, blz 96-104

Share this