In onze omgeving zijn er die zeggen: “Ik geloof niet in iets wat ik niet zie.” Wat voor antwoord kunnen wij hen geven?


Het is een feit dat het bestaan om ons heen niet beperkt is tot de waarnemingen met onze vijf zintuigen. De mens ziet met het oog alleen de materiële wereld, met de tong de smaken, met het oor het geluid en met de neus de geuren. Terwijl elektriciteit, aantrekkingskracht, stralingen, radioactieve stralen en nog veel meer van zulke werkelijkheden noch te zien en noch te horen zijn, twijfelen we niet aan hun bestaan.

Zij die dit principe buiten beschouwing laten en zeggen “Ik geloof niet in iets wat ik niet zie”, denken dat het gehele bestaan alleen uit materie bestaat die met hun ogen te zien zijn en begaan zodoende een grote fout. Echter het feit dat datgene wat niet met de ogen waar te nemen is, is geen bewijs voor zijn niet-bestaan. Want in dit bestaan is hetgeen wij niet kunnen zien meer dan hetgeen wij wel kunnen zien. Zelfs in het lichaam van de mens is hetgeen wij niet kunnen zien, zoals het verstand, de gedachte en het geheugen, meer dan hetgeen wij wel kunnen zien.

Achter de uitspraak “Ik geloof niet in dat wat ik niet zie”, schuilt een grote fout. Men verwacht van het oog een taak die in werkelijkheid tot het verstand behoort. Maar elke zintuig van de mens opent een poort naar een andere wereld. De taak van het ene zintuig kun je niet verwachten van het andere zintuig. Bijvoorbeeld het oog kan de taak van het oor, en de neus kan de taak van de tong niet vervullen. De mens kan met het oog noch de smaak van het eten, noch het gezang van een nachtegaal en noch de geur van een roos waarnemen. Zoals het oog de taken van deze zintuigen niet kan vervullen, kan het eveneens de functie van het verstand niet vervullen.

Het is duidelijk dat een of ander kunstwerk met het oog wordt waargenomen, maar de kunstenaar ervan wordt begrepen met het verstand. Zij die zeggen “Ik geloof niet in datgene wat ik niet zie”, zullen hierdoor de kunstenaar van het kunstwerk moeten verloochenen. Net zoals in dit voorbeeld: als iemand dit fantastisch bestaan aanschouwt, wat het kunstwerk is van een absolute macht en kennis, maar de kunstenaar niet accepteert, is qua kennis en verstand ver afgedwaald.

Hoe kan zo iemand de talloze gebeurtenissen zoals het scheppen, het onderhouden en het geven van leven uitleggen, wat constant in het bestaan te zien is en het bestaan van Allah net zo helder aantoont als de zon?

“Zij die alles in de materie zoeken hebben hun verstand in hun oog zitten, echter het oog is blind voor het spirituele”.

Gerelateerde vragen