Home | De religie

Wat is het verschil tussen de sjiieten en soennieten?


Antwoord: 

Beste broeder / zuster,

We kunnen een aantal verschillen tussen sjiitische en soennitische geleerden als volgt samenvatten:

1. Sjiitische moslims geloven in de Twaalf Imams en beschouwen hen als ma‘sūm (onfeilbaar), zoals ook ten aanzien van de profeten het geval is. De Jaʿfarītische sjiiten beschouwen de Soenna als de weergave van de mondelinge tradities van Muhammed, evenals de interpretaties en de implementatie ervan door de geleerde imams, die allen afstammelingen zijn van Muhammed, via zijn dochter Fātima en haar man, de eerste Imam 'Ali. Dit is een zeer belangrijk verschil met de opvattingen van de soennieten; de sjiieten geloven in de onfeilbaarheid van de imams (ma‘sumiyyah).

Twaalfer sjiitische moslims geloven, dat de studie van de islamitische literatuur een doorlopend proces is dat zich alleen kan ontwikkelen door geselecteerde ‘uitverkorenen’ en dat dat proces noodzakelijk is voor het onderkennen van alle wetten van God. Soennitische moslims geloven eveneens dat zij, met hetzelfde gezag als hun voorgangers, de Koran en de Hadīth kunnen interpreteren – dat de poort naar ijtihād nooit gesloten is geweest. Het is echter wel zo dat de opvattingen van de geleerden uit de 1ste en de 2de eeuw na de hidjra(de 7de en de 8ste eeuw n.Chr.) zwaarder wegen.

2. Traditioneel beschouwen de Twaalfer sjiitische moslims ‘Ali ibn Abū Tālib en de andere elf imams niet alleen als religieuze gidsen, maar tevens als politieke leiders. Deze zienswijze is gebaseerd op een hadīth van cruciaal belang, waarin de Profeet Muhammed zijn gezag om de moslims te leiden aan ‘Ali doorgeeft. Omdat de laatste imam, Muhammed al-Mahdi, in de (mystieke) verborgenheid is verdwenen in 939 n.Chr. en niet terug wordt verwacht voor het einde der tijden, bleven daardoor de sjiiten zonder een religieus bekrachtigde regering achter. In het algemeen hangen de sjiiten een van de drie volgende benaderingen van regeren aan: of (1) volledige deelname aan de regering, d.w.z. het proberen politieke beslissingen te beïnvloeden door actief aan de politiek deel te nemen, dan wel (2) passieve coöperatie met de regering, d.w.z. minimale deelname aan de regering, dan wel (3) de meest voor de hand liggende benadering, d.w.z. niet meer dan de tolerantie ten opzichte van de politieke leiders, in de praktijk leidend tot het bewaren van de nodige afstand van de actieve politiek.

Historisch gezien functioneerden Zaydische en Ismā'ilītische sjiitische imams gedurende een bepaalde periode én als religieuze én als politieke leiders, maar na de val van het Fatimidische Rijk werd het Ismā‘ilītische imamaat een religieuze instelling. Dit veranderde met de Iraanse Revolutie, toen de Twaalfer Ayatollah Khomeini en zijn medestanders een nieuwe theorie van bestuur hadden vastgesteld en gevestigd voor de Islamitische Republiek van Iran (1979). Deze is gebaseerd op Khomeini’s theorie van voogdijschap door de islamitische jurist (welāyat al-faqīh), waarbij de islamitische jurist de bevelhebber is en de juristen als "legatarissen”, als testamentaire vertegenwoordigers van de Profeet Muhammed functioneren.

3. De islamitische theologie en wetgeving zijn gedeeltelijk op hadīths (overleveringen van de Profeet Muhammed) gebaseerd: omdat zowel de sjiiten als de soennieten sommige hadīths van elkaar afwijzen, zijn er verschillende interpretaties ten aanzien van de inhoud en de exegese van de Islam ontstaan.1

Wij denken dat sommige conflicten als ‘amalī (juridische conflicten) kunnen worden beschreven. Deze conflicten zouden op zich acceptabel kunnen zijn. Soms voeren de sjiiten bijvoorbeeld twee rituele gebeden (salāh) achter elkaar uit, als in (1+2+2) ‘asr met zuhr en ‘ishā met maghrib. De sjiiten voeren de niet-verplichte gebeden -zoals de tarāwīh tijdens de vastenmaand ramadan- niet gemeenschappelijk uit, hetgeen de soennieten wel doen.

Een ander verschil tussen de groepen betreft de nikāh mutʿah of “het tijdelijk huwelijk”. Terwijl de soennieten beweren dat de mutʿah verboden is, is dit volgens de sjiiten niet verboden, omdat een dergelijk huwelijk volgens hen in de Koran voorkomt (al-Nisā, 4:24) en omdat het in de praktijk van een aantal sjiitische overleveringen wordt toegestaan. Er zijn authentieke sjiitische overleveringen waaruit blijkt dat mutʿah is verboden, maar deze worden afgewezen omdat ze in tegenspraak zijn met andere overleveringen over het onderwerp, welke meer aanvaardbaar worden geacht. Veel sjiiten ontmoedigen de praktijk van mutʿah, maar stellen wel (vast) dat het eigenlijk geoorloofd is.

De soennieten en de sjiiten zijn het over de kernfundamenten van de Islam – de vijf pilaren – eens en erkennen elkaar als moslims. In 1959 vaardigde Sjeikh Mahmud Shaltūt, hoofd van de theologische faculteit van de al-Azhar Universiteit in Caïro, de meest verheven leerstoel binnen de soennitische Islam in de oudste universiteit van de wereld, een fatwa (decreet) uit waarin hij de legimiteit erkent van de Ja’farītische wetschool, waartoe de meeste sjiiten behoren. Interessant is dat de Ja’farītische school is vernoemd naar zijn oprichter Imam Ja’far al-Sādiq, die via twee verschillende afstammingslijnen een directe afstammeling is van de soennitische kalief Abū Bakr, terwijl de al-Azhar Universiteit, hoewel tegenwoordig een soennitische instelling, aanvankelijk is opgericht door de sjiitische Fatimidische Dynastie, in 969 na Chr.

Echter, betekenisvolle verschillen tussen de twee islamitische groepen zijn blijven bestaan en het lijkt erop alsof steeds vaker de neiging bestaat om deze te benadrukken. Veel soennieten beweren dat de sjiiten veel van de fundamenten van de Islam voor lief lijken te nemen, deze naar de achtergrond schuiven en zich vastklampen aan het martelaarschap van 'Ali en Husayn.

Dit wordt het beste geïllustreerd tijdens ‘Ashūra, wanneer gedurende een periode van tien dagen de sjiiten iedere avond de Slag van Karbalā gedenken, met een huilende imam die de congregatie opzweept tot een uitbarsting van tranen en het zichzelf op de borst slaan. Er wordt beweerd dat de sjiiten, in plaats van zendelingswerk ten aanzien van niet-moslims te verrichten, een diep gewortelde minachting koesteren voor de soennitische Islam en er de voorkeur aangeven hun aandacht te wijden aan het inwinnen van andere moslims voor hun groep. Er woedt een duurzame hevige en heftige strijd tussen de soennieten en de sjiiten in Pakistan. Aan de andere kant is er in de laatste jaren een veelbetekenende samenwerking ontstaan tussen de twee groepen in Libanon; en sommige van de meest dynamische ontwikkelingen in de islamitische wereld vinden vandaag de dag plaats in het door Sjiiten gedomineerde Iran.

Iran heeft een overweldigende sjiitische bevolkingsmeerderheid: 89%. Sjiiten vormen een meerderheid van de bevolking in Jemen, Azerbeidzjaan, Bahrein en Irak, in het laatste land bedraagt deze 60% van de bevolking. Er zijn ook grote sjiitische gemeenschappen langs de oostkust van Saudi-Arabië en in Libanon te vinden. De bekende organisatie Hezbollah, die de Israëli’s in 2000 uit Zuid-Libanon heeft verjaagd, is sjiitisch.

Wereldwijd vormen de sjiiten 10-15% van de totale islamitische bevolking.2

 

Introductie tot de Islamitische Wetgeving (Auteur: Prof. Dr. A. Akgunduz)

 


[1]  Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24.

[2]  Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24; Momen, An Introduction to Shiʿī Islam; Seyyed Hossein Nasr (vert.), Shiʿīte Islam (Albany: Suny Press, 1979); Abdulqahir al-Baghdadi, al-Farq bayn al-Firaq, pp. 29-72.

Share this