Home | Mohammed

Wij kennen de grootvader van de profeet als “Abdoe’l-Moettalib”, echter wordt gezegd dat zijn ware naam “Sheybe” was. Kunt u ons hierover inlichten?


Yazdır
Antwoord: 

De opa van de Eigenaar des lichts: Sheybe, ofwel Witharig, kreeg deze naam vanwege zijn witte haren tijdens zijn geboorte. Abdulmoettalib was echter de bijnaam waar hij meer bekend om stond. De reden waarom hem deze bijnaam werd gegeven, wordt als volgt verhaald: 

In zijn kinderjaren verbleef Sheybe in Medina bij zijn ooms. Op een dag hielden zijn buurtvrienden een boogschietwedstrijd tegen kinderen uit andere buurten. Het licht van zijn toekomstige kleinzoon dat schitterde in zijn gezicht maakte hem het meest opvallend tussen de kinderen. Er was ook een grote groep volwassenen aanwezig om de wedstrijd van de kinderen te volgen. 

De beurt om te schieten, was van Sheybe. Hij plaatste zijn pijl op zijn boog, spande de draad vol zelfvertrouwen aan, hield een ogenblik zijn adem in en liet de draad los. De pijl die uit zijn boog vloog, raakte precies de roos. Terwijl iedereen hem vol verbazing aanstaarde, riep hij uit vreugde:  

“Ik ben de zoon van Hâshim, de zoon van de heer Bethâ; mijn pijl raakt vanzelfsprekend zijn doel!” 

Het volwassen publiek vernam deze trotse woorden van Sheybe. Iemand onder de zonen van Haris bin Abd-i Menaf naderde hem en door hem te ondervragen, ontdekte hij dat Sheybe een zoon bleek te zijn van Hâshim. Vervolgens bezocht deze man Mekka en beschreef de situatie aan Moettalib, de oom van Sheybe, en vertelde hem dat het niet gepast was om een dergelijk intelligent en talentvol kind in een onbekende streek te laten verblijven. Moettalib vertrok daarop meteen naar Medina om zijn neef naar Mekka te halen. Eenmaal van Medina met Sheybe aangekomen in Mekka, werd hem gevraagd: “Wie is dit kind?” Uit angst voor afgunstige blikken zei hij: “Dit is mijn slaaf.” Toen hij thuis kwam en zijn vrouw hetzelfde vroeg, zei hij weer “Mijn slaaf.” De volgende dag wandelde Sheybe door de straten met nieuwe en opvallende kleren aan die zijn oom voor hem had gehaald. Iedereen vroeg zich af wie hij was en degenen die er om vroegen, kregen als antwoord: “Abdulmoettalib” (de slaaf van Moettalib). Al kwam later boven water wie hij echt was, zijn bijnaam bleef: “Abdulmoettalib”.(1)   



 

[1] Ibn-i Sa’d, Tabaqat, v. 1, blz. 82-83
Share this