Heeft men, indien men volgens de Islamitische norm niet als rijk kan worden gekwalificeerd, maar wel voldoende middelen heeft om een offer te brengen ten behoeve van het offerfeest de verplichting een offer te brengen?

By:

Nov 4, 2011

Volgens de Hanefi wetschool is de norm om een offer te brengen tijdens het offerfeest, aalmoezen en overige liefdadigheden te geven even hoog. Die norm bedraagt 20 miskal goud (dat is 85 gram goud of een vermogen dat in waarde gelijk is aan 85 gram goud). Een werknemer dient bijvoorbeeld van zijn vaste loon zijn bestedingen aan basisbehoeften in mindering te brengen. Indien een bedrag resteert dat overeenkomt met minimaal de waarde van de norm van 85 gram goud, dan dient men een offer te brengen voor het offerfeest.

Bij het brengen van een offer hoeft men niet, zoals dat wel het geval is bij het geven van de jaarlijkse aalmoezen, te voldoen aan de vereiste dat een jaar is voltooid. Zodra men in de gelegenheid is, zoals hierboven is uiteengezet, een offer te brengen, dient men dit te doen. Het brengen van een offer is, indien men aan de norm voldoet, volgens de Hanefi wetschool verplicht (Wadjieb ) en volgens de overige drie wetscholen aanbevolen (Soennah).

Volgens de Safii wetschool wordt het brengen van een offer aanbevolen (Soennah) indien men beschikt over een positief vermogen na vermindering van de uitgaven van een gezin gedurende de vier dagen van het offerfeest [qtip:(1)| zie V. Zuhaylî, el-Fıkhu’l-İslamî, 3/600]

Uit de voorgaande zin volgt, dat het wordt aanbevolen (Soennah) om een offer te brengen tenzij men denkt in economische problemen te komen. Verplicht (Wadjieb ) of niet verplicht, het is opmerkelijk dat er naast de kans dat men verantwoordelijkheden zal dragen wegens het niet brengen van een offer de kans bestaat dat men geen zonde zal begaan indien men wel een offer brengt.